Vandaag moest ik om 11:15 uur op school zijn, toen ik braaf om 11:00 uur binnen kwam lopen kreeg ik een verbaasde blik van de docent. “Wat doen jullie hier, is er niet doorgegeven dat mijn les niet doorgaat?” Chagrijnig loop ik verder, nu moet ik nog ruim twee uur wachten voor mijn dag wel begint! Dat betekent dat ik *denkt na* 1,2,3,4 ja 4(!) Treinen later kon nemen. Na de twee lessen die waren overgebleven (waar ik overigens niets geleerd heb) achter de rug te hebben, pak ik zuchtend mijn fiets.

Aangekomen op het station stap ik in de trein. Een trein eerder, dat wel. Ik ga zitten en pak mijn boek, al snel ben ik verdiept in het verhaal. Er komt een wat oudere man bij me zitten. “Goedemiddag” zeg ik zo beleefd mogelijk, terwijl ik opkijk van mijn boek en lief glimlach. Hij zegt niets, wat me nog iets meer laat glimlachen. Meestal is het zo dat jongeren geen gedag meer zeggen. Nu niet (hoppa! Plus 10 hemelpunten voor mij). Ik lees verder, maar het duurt niet lang voordat er nog twee wat (veel) oudere mannen bij komen zitten. “Goedemiddag” zeg ik zo beleefd mogelijk, terwijl ik opkijk van mijn boek en lief glimlach. “Hallo” zeggen de vrienden. Ik glimlach.

De trein vertrekt. Ik staar weer in mijn boek. De twee vrienden pakken hun Lumix uit 2008 en richten deze op het raam. Druk overleggen ze over welk type trein er passeert en terwijl de ene man over mij heen hangt om bij het raam te kunnen (een deo’tje kon geen kwaad) verwonderen ze zich over hoe mooi de trein is, deze was overigens gewoon blauw-geel zoals de meeste treinen. Ik glimlach. “Wilt u misschien bij het raam zitten?” vraag ik in de hoop dat hij ja zegt. “Nee” antwoord hij “het gaat wel zo, dank je.” Ik glimlach. Ik voel mijn telefoon trillen, ik kijk op het schermpje en zie een onbekend nummer. Op de foto staat Thomas, ik had niet de moeite genomen zijn nummer in mijn nieuwe telefoon te zetten. “Gezellig bij de ouwe mannen club?” staat er. Ik glimlach als ik zijn grijnzende hoofd tussen de stoelen zie opduiken. “Een groot feest.” Reageer ik glimlachend. De mannen praten door over treinen. Ik staar naar de letters in mijn boek, terwijl ik luister naar hun gesprek en ik glimlach.

“Station Nunspeet” hoor ik de stem. De mannen staan, net als ik, op. De ene man rent bijna naar de deur. En sprint naar de voorkant van de trein, om nog snel een foto te maken van dit mooie, originele, blauw-gele exemplaar. Ik check uit, en jawel: Ik glimlach.

Kelly van Assen